Het spel heeft twee voordeuren. De ene is een vaste afspraak met alle andere spelers, de andere een open ladder die je in je eigen tempo beklimt. Ze belonen totaal verschillende gewoontes.
Dagelijkse dossiers
Drie zaken per dag — twintig namen, vijftig en honderd — voor iedere speler hetzelfde, in het Nederlands of het Engels, en om middernacht Amsterdamse tijd wisselen ze. Eén afmaken houdt je reeks in leven, en je tijd is te vergelijken met iedereen die hetzelfde raster speelde.
Omdat iedereen hetzelfde raster heeft, is het dagelijkse dossier de enige plek waar een tijd sociaal iets betekent. Het is ook de kortste verplichting in het spel: het makkelijke dossier telt twintig namen en kost meestal een paar minuten.
Vrij spel
Vier sporen — makkelijk, moeilijk, extreem en marathon — die elk zestien treden beklimmen van tien naar tweehonderdvijftig namen. Het spoor bepaalt welke soorten aanwijzingen je krijgt, de trede bepaalt hoeveel namen ze moeten uitkammen.
- Makkelijk vraagt alleen aanwijzingen die je op zicht beantwoordt. Een groot makkelijk raster is een geduldsoefening, geen moeilijke puzzel.
- Moeilijk mengt er telaanwijzingen doorheen.
- Extreem leeft van telaanwijzingen, en daarom kan een klein extreem raster een groot makkelijk raster verslaan.
- Marathon gebruikt veel zachte aanwijzingen in plaats van een paar scherpe — zie het marathon-spoor.
Een herhaalde trede is geen herhaling
Niveaus in vrij spel worden uit een geschudde catalogus gedeeld, dus opnieuw spelen levert andere namen, andere aanwijzingen en een andere dader op. Alleen de grootte en de zwaarteklassen blijven gelijk. Daarmee is de ladder een plek om een bepaald soort moeilijkheid te oefenen, geen setje puzzels om uit je hoofd te leren.
Het enige dat een herverdeling nooit overleeft is een positieaanwijzing, want die beschrijft waar een kaart staat en niet wat erop staat.
Welke moet je spelen?
Gebruik het dagelijkse dossier om jezelf te meten: dezelfde puzzel, iedereen, één keer per dag. Gebruik vrij spel om een specifieke vaardigheid te bouwen — kies het spoor dat de aanwijzingssoort traint waar jij het traagst in bent, en blijf op een trede tot hij niet ongemakkelijk meer voelt.
Ben je nieuw, dan zijn de onderste treden van het makkelijke spoor de zachtste introductie die er is, en de uitleg kost ongeveer een minuut.
Verder lezen
- Waarom het marathon-spoor zo anders voelt — Moeilijkheid komt meestal van aanwijzingen die zwaar toe te passen zijn. Marathon kiest de omgekeerde route: elke aanwijzing is makkelijk, er zijn er alleen veel, en één misstap kost het raster.
- Waarom er altijd precies één naam overblijft — Elke zaak wordt gegenereerd, nooit met de hand geschreven. De vier tests die een keten moet doorstaan, waarom een ondeugdelijke keten wordt weggegooid in plaats van opgelapt, en hoe je de garantie gebruikt tijdens het spelen.
- Snelheid komt uit nauwkeurigheid, niet uit haast — Hoe de klok werkt, wat de twee hulpmiddelen kosten, en de gewoontes die een run snel maken: minder rondes over het raster, niet snellere.